Achterste Kruisband Letsel (AKB)

De achterste kruisband is de meest stevige band van het kniegewricht. Het is de centrale pijler die zorgt voor stevigheid tussen het dijbeen (femur) en scheenbeen (tibia). De achterste kruisband ligt midden in de knie, achter de voorste kruisband. De aanhechtingen van de achterste kruisband zijn de binnenzijde van het dijbeen en de achterzijde van het scheenbeen. De belangrijkste functie van de achterste kruisband is het beperken van de beweeglijkheid van het onderbeen naar achteren.

Achterste kruisbandletsel

Een scheur of oprekking van de achterste kruisband is een zeer ernstig letsel van de knie. Het kan ontstaan bij geforceerd naar achteren drukken van het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen. Vaak is de oorzaak van achterste kruisband letsel een verkeersongeval, zoals met de knie tegen het dashboard aankomen (dashboardtrauma). Maar achterste kruisbandletsel komt ook regelmatig voor als sportblessure, zoals bij een ernstige overstrekking van de knie of het voorovervallen op de knie. Het komt voor bij onder andere contactsporters indien het onderbeen naar achteren wordt getrapt door een tegenstander. Afhankelijk van de richting van het trauma en de stand van het onderbeen, kan aanvullende schade aan de knie ontstaan. Dit betreft meestal schade aan de buitenachterzijde van de knie (posterolaterale instabiliteit), kniebanden, meniscus en voorste kruisband. Botbreuken kunnen ook voorkomen. Een achterste kruisbandletsel komt vaak voor bij knieluxaties (knie uit de kom). We spreken van een knieluxatie als meer dan 2 kniebanden beschadigd zijn. De achterste kruisband scheurt maar zelden uit het bot. Meestal rekt de band op en blijft de continuïteit intact.

 

Diagnose

Een achterste kruisbandscheur komt niet vaak voor. Om die reden wordt de diagnose regelmatig gemist in minder ervaren handen. De diagnose wordt gesteld aan de hand van het verhaal van de patiënt, lichamelijk onderzoek, stressröntgenfoto’s en eventueel MRI onderzoek. Helaas is de MRI niet altijd betrouwbaar bij een oprekking van een achterste kruisband. Het herkennen van bijkomende letsels (met name de posterolaterale instabiliteit, meniscusvoorste kruisband en bloedvaten) is erg belangrijk voor een juiste behandeling. Tintelingen in onderbeen en voet, na de knieblessure, zijn suggestief voor een bijkomend posterolateraal hoekletsel (komt voor bij 30% van de patiënten).

We spreken van een acuut letsel indien de diagnose achterste kruisbandletsel wordt gesteld binnen 2-3 weken na het letsel. Hierbij is genezing mogelijk (zie Behandeling). Na die tijd heet het letsel chronisch en herstelt de band niet meer spontaan.

 

 

Klachten

Twee soorten klachten kunnen voorkomen bij een letsel van de achterste kruisband: het gevoel door de knie te zakken of zwikken (giving way) en patellofemorale pijnklachten (zie Pijn knieschijf). Het zwik gevoel ontstaat omdat het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen te ver naar achteren beweegt. Het zwik gevoel wordt vaak ervaren bij trap aflopen. De pijn ter hoogte van de knieschijf wordt veroorzaakt doordat het onderbeen naar achteren zakt. Hierdoor neemt de druk en het hevelmoment op de knieschijf toe met pijn als gevolg.

Behandeling

Acuut achterste kruisbandletsel 

De oprekking van de achterste kruisband kan spontaan genezen indien het letsel binnen 2 weken na het ongeval adequaat wordt behandeld. Een gipskoker of brace, met goed naar voren houden van het onderbeen, is noodzakelijk voor een periode van 6 weken. In die tijd loopt u met krukken en mag u het been gedeeltelijk belasten. Na deze 6 weken volgt een revalidatie van enkele maanden om de kniefunctie en conditie van het been te herstellen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat deze conservatieve behandeling net zo effectief is als een operatie bij een acuut letsel.

 

Chronisch achterste kruisbandletsel

Een chronisch achterste kruisbandletsel geneest niet meer spontaan. Het operatief vervangen van de achterste kruisband (= achterste kruisband reconstructie) is alleen noodzakelijk bij een instabiel gevoel van de knie of ernstige patellofemorale pijnklachten. Het dragen van een speciale brace wordt eerst verricht om te beoordelen of een reconstructie de oplossing is voor de klachten. Deze brace heet PCL Jack of PCL Rebound brace. De brace vangt de functie van de achterste kruisband op. Een bijzonder veersysteem zorgt dat het onderbeen, ook bij buigen van de knie, op de juiste plaats wordt gehouden.

Een operatieve reconstructie van de achterste kruisband heeft dus nut indien de klachten in de brace duidelijk afnemen. Een achterste kruisband reconstructie is, vergeleken met een voorste kruisbandoperatie, een uitgebreidere ingreep met meer beperkingen in de revalidatie Indien er ook sprake is van een posterolaterale instabiliteit van de knie, moet deze ook worden behandeld. Dit heeft invloed op de duur van de operatie. De revalidatie blijft identiek.